Prioriteitengroepen

Analoog aan vorig jaar zal aan personen met de meest dringende zorgvragen een persoonsvolgend budget worden toegekend. Zij die wachten op een persoonsvolgend budget in prioriteitengroep 1 zullen binnen de 18 maanden een budget ter beschikking gesteld krijgen. Mogelijks zal dit verkort worden naar 12 maanden. Daarnaast zijn ook de richtlijnen voor prioritering versoepeld en is de toeleiding naar de noodsituatie hervormd.

Voor prioriteitengroep 2 ligt de focus op het voortzetten van het proefproject met deelbudgetten. Afgelopen jaar zijn 911 personen gestart, waarvan 116 het deelbudget weigerden, wat vervolgens werd vervangen door 79 anderen. Er komt een onderzoeksopdracht om de effecten van de gedeeltelijke terbeschikkingstelling van budgetten te evalueren.

Uit de bevraging van de wachtenden in prioriteitengroep 3 bleek dat deze personen veelal nood hebben aan praktische hulp bij dagelijkse activiteiten. Gezinszorg en aanvullende thuiszorg kunnen volgens de minister een oplossing bieden. De minister wil zich laten leiden door de beleidsaanbevelingen uit de bevraging en trekt hiervoor 6 miljoen euro uit. Daarnaast loopt er verder onderzoek naar prioriteitengroep 3, omdat het een diverse groep is met verschillende noden. Met dit vervolgonderzoek hoopt men meer in detail te kunnen bekijken welke soort hulp men nodig heeft en welke drempels er zijn om naar andere sectorale hulp te gaan.

Hoewel het positief is dat prioriteitengroep 1 binnen een haalbare termijn een budget krijgt, is het voor prioriteitengroep 2 van cruciaal belang dat het onderzoek naar de deelbudgetten nauwkeurig verloopt. Voor prioriteitengroep 3 ben ik echter teleurgesteld dat niet de hele groep bevraagd wordt. Een totaalbeeld van deze groep is essentieel voor een effectieve aanpak, aangezien de bevraging aangaf dat er ook andere vormen van ondersteuning nodig zijn.

Minderjarigen

Minderjarigen met een prioritair PAB-dossier ontvangen onmiddellijk een budget, zonder wachttijd. Bij de PAB’s wil de minister het inschalingsinstrument verfijnen. Hier is momenteel een werkgroep rond aan de slag. Hoewel dit positief is voor minderjarigen met een priordossier, mogen we niet uit het oog verliezen dat er nog andere kinderen en jongeren op de wachtlijst staan en evenzeer gepaste ondersteuning verdienen.

Toeleidingsprocedure

De toeleidingsprocedure voor een persoonsvolgend budget zal vereenvoudigd worden. Het zorgzwaarte-instrument wordt pas toegepast wanneer zekerheid bestaat over de toekenning van een budget binnen het jaar. Het wegschuiven van het zorgzwaarte-instrument naar het einde van de procedure maakt het aanvragen van een PVB eenvoudiger.

De eerder voorgestelde inclusieve oriëntatiefase lijkt echter te vervallen, wat naar mijn mening jammer is. Een voorafgaande fase waarin alternatieven worden overlopen, blijft belangrijk.

Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH)

De laatste evaluatiesessies voor RTH vonden plaats in december 2023, met verwachte aanbevelingen in het eerste kwartaal van 2024. Dan zullen de aanbevelingen worden teruggekoppeld met alle deelnemers en de RTH-projecten. Communicatie hierover zal op de website van het VAPH verschijnen. Mijn standpunt verschilt met dat van de minister: RTH blijft naar mijn mening te weinig vraaggestuurd, aangezien de punten vooraf verdeeld worden over verschillende projecten.

Hulpmiddelen

Vanaf januari 2024 worden hulpmiddelen met vijf procent van het refertebedrag geïndexeerd. Verder wordt er bekeken of de refertebedragen van bepaalde hulpmiddelen niet moeten worden verhoogd en of ze nog overeenkomen met de effectieve kosten. Er zijn al een aantal voorstellen, maar hier lopen nog. Ook de tegemoetkomingen voor assistentiehonden zijn meegenomen in deze oefening. Wat het nieuwe refertebedrag zal worden is dus nog afwachten, ook dit volg ik met veel belangstelling verder op.

Conclusie: nog werk aan de winkel

Er zijn deze legislatuur grote stappen gezet. De budgetten zijn gestegen 1,79 miljard euro in 2020 naar 2,54 miljard euro in 2024. Dat is een conclusie waar we trots op mogen zijn.

Hoewel er fors geïnvesteerd is, hebben we nog een weg te gaan naar een inclusieve samenleving. Ik ben dan ook tevreden dat de minister tijdens de begrotingsbespreking erkende dat er volgende legislatuur nog extra middelen naar personen met een handicap moeten gaan. Uiteraard blijf ik deze thema’s nauwlettend opvolgen. Wil je de volledige begrotingsbespreking in detail nalezen? Dat kan hier.