Stand van zaken over persoonsvolgende financiering en het Zorginvesteringsplan

Door Tine van der Vloet op 17 maart 2022, over deze onderwerpen: Welzijn
Stand van zaken over persoonsvolgende financiering en het zorginvesteringsplan

Op 30 juni 2021 kondigde minister van Welzijn, Wouter Beke het Zorginvesteringsplan aan. Ondertussen is het negen maanden later en kwam Administrateur-Generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), James Van Casteren een stand van zaken geven tijdens de Commissie Welzijn. Ik stelde hem kritische vragen, maar vele bleven onbeantwoord. Ik geef u graag kort de stand van zaken mee.

Prioriteitengroep 1

In prioriteitengroep 1 werden er vorig jaar 2.211 budgetten ter beschikking gesteld aan wachtenden met een prioriteringsdatum tot en met 31 december 2020. Vandaag telt de wachtlijst nog 328 personen waarvan de prioriteringsdatum in 2021 ligt. Deze wachtenden zullen binnen de 18 maanden hun persoonsvolgend budget krijgen.

Ik ben zeer tevreden dat de wachttijd voor personen met de grootste ondersteuningsnood fors is gedaald. In 2018 lag de wachttijd op twee jaar en zes maanden en in 2020 lag deze zelfs op 2 jaar en 10 maanden. Een vermindering naar 18 maanden kan ik dus alleen maar toejuichen. Voor ons is het belangrijk om toekomstige budgethouders tijdig te informeren over de mogelijkheden van hun budget. Dit kan naar mijn idee door het organiseren van infosessies. Dergelijk idee zag mijnheer Van Casteren niet meteen zitten, omdat het VAPH al zeer veel infosessies geeft. Toch pleit ik voor goed geïnformeerde burgers.

Prioriteitengroep 2

Voor prioriteitengroep 2 werd er 20 miljoen euro voorzien in het Zorginvesteringsplan. Mijnheer Van Casteren vertelde dat dit sinds 2016 de sterkst stijgende groep is binnen de prioriteitenlijsten. In 2020 werden zelfs 46% van de aanvragers ingedeeld in deze prioriteitengroep. De voorziene 20 miljoen euro zal men inzetten voor een experiment met deelbudgetten.

Het doel van dit experiment is om met de beschikbare middelen op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen. Ik stelde de vraag hoe dit deelbudget er zal uitzien. Mijnheer Van Casteren antwoordde dat het gaat om tijdelijke deelbudgetten van vijftig procent van het budget waarop men te wachten staat. Hierbij horen ook degene die wachten op een meervraag. Dit deelbudget zou volgens hem gaan naar personen die het langst op de wachtlijst staan. Naar schatting zullen hier 1.100 personen gebruik van kunnen maken.

Het doel van dit experiment is te onderzoeken of deelbudgetten een tijdelijke of alternatieve oplossing kunnen bieden en wat het verschil zou maken met een volledig budget. Dit zal uiteindelijk leiden tot beleidsaanbevelingen die ruimer toepasbaar zijn. Wanneer de deelbudgetten gegeven worden is nog onduidelijk.

Ik wees ook nog eens op het belang van transparantie van zorg. Als budgethouders zorg willen inkopen met een deelbudget is het belangrijk dat voorzieningen een transparante prijslijst ter beschikking stellen aan de cliënten. Enkel op die manier weten gebruikers welke zorg ze met hun budget kunnen inkopen. Of dit zal uitgewerkt worden blijft echter zeer vaag. Ik blijf dit dan ook met veel belangstelling verder opvolgen. Ik vroeg ook of deze personen gratis gebruik kunnen maken van een Bijstandsorganisatie, zoals nieuwe budgethouders uit prioriteitengroep 1 dat kunnen. Het is belangrijk dat ook deze groep hier beroep op kan doen, omdat goede ondersteuning noodzakelijk is bij het verkrijgen van een deelbudget. Hier was wederom geen duidelijkheid over.

Prioriteitengroep 3

Momenteel loopt er een bevraging in deze prioriteitengroep. Het eerste deel van de bevraging, een schriftelijke enquête, werd ondertussen afgerond. In totaal werden er 4.200 wachtenden in prioriteitengroep 3 aangeschreven en 1.033 personen zouden volgens mijnheer Van Casteren de bevraging hebben ingevuld.

Vandaag lopen de individuele gesprekken met diensten ondersteuningsplan, infoloketten en bijstandsorganisaties. Deze organisaties gaan samen met de persoon in kwestie op zoek naar een manier waarop hun zorg beter georganiseerd kan worden met de bestaande middelen. Ze informeren over welke mogelijkheden er bestaan naast een persoonsvolgend budget, ze vragen waar mogelijk premies aan, doen aan netwerkversterking, enzovoort. Een zestigtal personen zouden hierop ingegaan zijn. Momenteel verwerkt men de resultaten van de schriftelijke enquête en tegen de zomer zou het definitieve rapport beschikbaar moeten zijn. ik volg dit dan ook zeker en vast veder op.

Hulpmiddelen

Mijnheer van Casteren gaf ook een toelichting over het hulpmiddelenbeleid. In 2020 maakte 43.483 personen gebruik van hulpmiddelen en/of aanpassingen. Mijnheer Van Casteren erkent dat het huidig hulpmiddelenbeleid zeer complex is. Hier sta ik zeker en vast achter, want ik heb al meerdere malen aangehaald dat een vereenvoudiging van de huidige regelgeving aan de orde is. Hulpmiddelen leiden namelijk tot meer zelfstandigheid en inclusie.

Ook ben ik blij te horen dat er een permanente actualisatie van de refertelijst komt. Hier haalde ik het probleem van assistentiehonden nog eens aan. Niet alle assistentiehonden staan vandaag op de refertelijst, wat een zeer jammere zaak is. Volgens mijnheer Van Casteren komt dit, omdat er te weinig aanvragen zijn voor dergelijke honden. Zo waren er sinds 2017 via de bijzondere bijstandscommissie twee aanvragen voor epilepsiehonden en twee voor autismehonden. Dit zijn er te weinig om dit hulpmiddel op de refertelijst te plaatsen.

Minderjarigen

Ook richting minderjarigen was er nog veel onduidelijkheid. Ik vroeg nogmaals wanneer de vrijwillige uitstap van een MFC naar een PAB mogelijk wordt, maar hierop kreeg ik jammer genoeg geen antwoord. Er ligt nog 22,5 miljoen euro op tafel voor deze doelgroep voor de jaren 2022, 2023 en 2024. Hoeveel middelen er reeds zijn uitgegeven is ook niet duidelijk. Het jaarverslag van het VAPH in mei zal hier meer duidelijkheid over moeten geven.

Tot slot zal de verruiming van de PAB bestedingsmogelijkheden binnenkort op het Raadgevend Comité van het VAPH besproken worden. Ook hierover dus nog geen duidelijkheid. Ook dit volg ik vast en zeker verder voor u op.

Rrechtstreeks toegankelijke hulp

Voor rechtstreeks toegankelijke hulp werd er 19,6 miljoen euro voorzien in het Zorginvesteringsplan. Het Raadgevend Comité van het VAPH voorziet drie nieuwe principes van RTH. Als eerst dient het laagdrempelig, flexibel en op maat te zijn. Ook dient het VAPH, reguliere en gespecialiseerde hulp- en dienstverlening samen te werken en elkaar te versterken en tot slot moet RTH bijdragen aan het ruimere ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap. Ik ben persoonlijk zeer benieuwd hoe dit allemaal zal uitdraaien, want op dit moment is het ook voor mij nog redelijk onduidelijk.

Verder wordt de piste volgens mijnheer Van Casteren niet opgeborgen om personen uit prioriteitengroep 3 toe te leiden naar RTH. Er moet volgens hem eerst nagegaan worden welke mogelijkheden er zijn en welke mogelijke oplossing RTH kan bieden. Daarna zal gemonitord kunnen worden of de 19,6 euro miljoen voldoende is. Hier dient men de bevraging rond prioriteitengroep 3 voor af te wachten.

Conclusie

Zoals u kunt lezen heeft de minister fors ingezet in het verlagen van de wachttijd in prioriteitengroep 1. Dit kan ik als natuurlijk alleen maar toejuichen. Mijn grootste bezorgdheid gaat dan ook uit naar degene die wachten in prioriteitengroep 2 en 3. Het is nog onduidelijk wanneer het experiment met de deelbudgetten van start zal gaan alsook wat er uiteindelijk zal gebeuren met zij die in prioriteitengroep 3 te wachten staan. Ook na deze uiteenzetting van mijnheer Van Casteren blijf ik met vele vragen zitten. Het geld ligt op de plank, het gaat over mensen, het is dan ook belangrijk dat de minister hier snel aan verder werkt. Hier zal ik blijven op toezien en vragen over stellen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is