De Vlaamse ondersteuningspremie? Uitbreiding en optimalisatie.

Door Tine van der Vloet op 10 februari 2020, over deze onderwerpen: Economie, werk, sociale economie, innovatie en wetenschapsbeleid, Sociale Economie, Welzijn op het werk, Werk

Vlaamse ondersteuningspremie of VOP is een ondersteunende maatregel voor wie een gezondheidsprobleem of arbeidsbeperking heeft en in Vlaanderen woont. Minister Crevits schreef in haar beleidsnota over de VOP dat ze ging bekijken of deze verruimd kon worden in functie van de loonkostenondersteuning en de begeleiding van groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ook zou de minister bekijken hoe deze premie en ook andere bijzonder tewerkstellingsondersteunende maatregelen geoptimaliseerd konden worden. Dit allemaal om de werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap te verhogen.

Daarom stelde ik de minister hierover enkele vragen in de commissie Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie.

De bedoeling is dat de verschillende loonpremies die aangeboden worden op termijn worden omgevormd tot één type premie. Deze kan dan worden ingezet voor beide groepen, zowel voor personen met een arbeidshandicap als ook voor personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor is een grondige analyse nodig en een vergelijking van het huidige systeem.

De VOP wordt niet alleen ingezet om werkgevers te ondersteunen die werknemers met een arbeidshandicap tewerkstellen, maar ook ter ondersteuning van zelfstandigen met een arbeidshandicap.

Minister Crevits vond het dan ook jammer dat om iedereen hulp op maat te geven er nu een kluwen aan maatregels en premies bestaat. De minister zou liever zien dat dat dit makkelijker en eenvoudiger kon, maar natuurlijk wel op een manier waardoor we dezelfde mensen en doelgroepen bereiken. Haar departement werkt dan ook hard rond een visie voor het uitrollen van individueel maatwerk zoals dit ook is opgenomen in het regeerakkoord. Naast een premie is er ook vraag naar begeleiding op de werkvloer zelf. Hierover heeft de minister de afspraak met de sector gemaakt om tegen de zomer van 2020 een duidelijke visietekst voor te leggen aan de Vlaamse regering.

De minister onderschreef ook dat het optimaliseren van de VOP en de bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregel een proces is dat continu door moet gaan. In dit proces dient rekening gehouden te worden met veranderende werkomstandigheden en maatschappelijke en medische evoluties. Zo is er in 2019 nog voor gezorgd dat ook personen met een indicatie van arbeidshandicap waarvan de situatie nog kan evolueren gebruik kan maken van deze maatregels. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld mensen die herstellen van een zware ziekte tijdelijk ondersteunen op de werkvloer.

Het recht op een VOP wordt in een aantal fases toegekend door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding. Zo dient er eerst worden vastgesteld dat er een indicatie van arbeidshandicap  is, daarna wordt gekeken of er recht is op ondersteuning door de bijzonder tewerkstellingsmaatregelen. Dit kan gaan om een VOP of om een aanpassing van de arbeidspost, kleding of gereedschap. Dit kan door de VDAB bepaald worden door de lijst met automatische rechten of via een multidisciplinair arbeidsonderzoek. De lijst met de automatische rechten wordt door VDAB opgesteld in overleg met medische en andere experten. Die wordt ook regelmatig herbekeken en voorgelegd aan de raad van bestuur van VDAB..

Het feit dat een persoon over een persoonsvolgende financiering (PVF) vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap beschikt, betekent in de huidige regelgeving niet dat de persoon onmiddellijk over een automatisch recht op de VOP of een andere maatregel kan beschikken. De VOP is immers een individuele maatregel, afgestemd op de betrokkene en zijn inschakeling op de werkplek zelf. Het is geen rugzak die je krijgt. Het hangt concreet samen met waar je precies aan de slag gaat.

Zo hanteert het VAPH ook andere criteria om de PVF te bepalen. Om dit allemaal vlotter te laten verlopen heeft de minister naar aanleiding van mijn vraag  wel gevraagd aan de VDAB om samen met het VAPH te kijken hoe de gegevensuitwisseling veel efficiënter en vlotter zou kunnen verlopen. Door deze gesprekken kan het voorstel komen om een aanpassing te doen aan de lijst met automatische rechten. Minister Crevits denkt dat dit zelfs een uitgelezen kans is om dit te bekijken. De reden waarom een persoon een PVF ontvangt, kan aanleiding geven tot een automatisch recht op ondersteuning van een VOP of een BTOM-maatregel. De persoon met een PVF kan ook via een multidisciplinair onderzoek door de VDAB een recht op ondersteuning krijgen, maar dat hoeft niet altijd een automatisch recht te zijn

Het is dus niet zo dat de uitbereiding van de lijst met automatische rechten wilt zeggen dat dit automatisch voor alles kan omdat er net heel individueel gewerkt wordt op basis van de werkplek waar men terecht kan komen en van de situatie van de persoon in kwestie.

Ik ben dan ook heel tevreden dat de VDAB en VAPH gaan overleggen om deze problematiek te bekijken. Mensen met een handicap die willen en kunnen werken moeten alle kansen krijgen om dit te ook te doen. Door een samenwerking tussen deze beide diensten kan dit de doorstroming van informatie alleen maar ten goede komen en leidt dit hopelijk ook tot minder papierwerk in de toekomst.

Naar aanleiding van een schriftelijke vraag die ik al eerder stelde over tegemoetkomingen voor arbeidsgereedschap, -kleding en/of arbeidspostaanpassingen vroeg ik minister Crevits of zij kon vertellen waarom de aanvragen voor deze tegemoetkomingen vaak worden geweigerd. Helaas moest minister Crevits op deze vraag het antwoord schuldig blijven. Ze had de vele weigeringen ook opgemerkt in de cijfers en was bereid om op zoek te gaan naar de oorzaak hiervan. Zodra ze hier meer informatie over had zou ze mij dit laten weten.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is