Beleidsbrief en begroting 2016: Welzijn

Door Tine van der Vloet op 17 december 2015

Bij de bespreking van de begroting en beleid 2016 in de plenaire vergadering van 16 december heb ik de 2 thema’s aangehaald die ik het belangrijkst vind voor volgend jaar, namelijk de persoonsvolgende financiering en de kinderbijslag.

Persoonsvolgende financiering

Er is altijd gesteld dat 2016 financieel het moeilijkste jaar zou worden. Toch bevestigde de minister 18 miljoen uitbreidingsbeleid voor personen met een beperking. Met deze toezegging is het uitbreidingsbudget over 2015-2016 gemiddeld 29 miljoen per jaar, even veel als tijdens de vorige legislatuur. Vanaf 2017 wordt, tesamen met de overgang naar persoonsvolgende financiering de inspanning aanzienlijk opgeschroefd. Zo zal uiteindelijk deze legislatuur meer dan het dubbele geïnvesteerd worden voor dit domein!

De 330 miljoen uitbreidingsbeleid voor personen met een beperking die de regering deze legislatuur voorziet is essentieel voor de uitrol van de persoonsvolgende financiering. Het grotere uitbreidingsbeleid vanaf 2017 is nodig om een echte start te nemen voor meer keuzevrijheid voor mensen met een beperking en de motor voor een ander, persoonsgerichter beleid te doen aanslaan. Met nieuw budget worden meer mensen geholpen, wat betekent dat meer zorg wordt ingekocht. Bij het besteden ervan zorgen deze budgetten zo ook voor een vernieuwd en verhoogd aanbod aan zorg. Het is belangrijk dat de budgetten zo breed mogelijk besteed kunnen worden, zodat extra aanbod gestimuleerd wordt. Enkel zo kunnen we starten met het wegwerken van de jarenlang stijgende wachtlijsten. Ook de verdeling tussen het basisondersteuningsbudget en het budget voor trap 2 is essentieel binnen dit uitbreidingsbudget. Deze verdeling is immers een onderdeel van de opstart van PVF, het belangrijkste voor ons is dat het merendeel van dit budget naar de meer vraaggestuurde trap 2 gaat.

Naast de budgetten is uiteraard ook de regelgeving belangrijk. Hierbij is een gebruiksvriendelijk systeem nodig voor de toewijzing van de persoonsvolgende financiering, alsook een kostenefficiënt systeem. Het is de bedoeling om hierbij zo weinig mogelijk administratieve rompslomp te creëren. Dit kan bijvoorbeeld door overschakeling tussen een voucher, waarmee je in een voorziening zorg inkoopt, en een cashbudget, waarmee je bijvoorbeeld een persoonlijk assistent aanwerft, zo regelluw, transparant en zo eenvoudig mogelijk te maken.

kinderbijslag

Ook voor de kinderbijslag zal het een belangrijk jaar worden. Bij de bespreking van de beleidsbrief wist de minister te zeggen dat in de loop van 2016 eerst een concept en daarna een decreet over de kinderbijslag ontwikkeld zou worden zodat de debatten erover in het Vlaams Parlement kunnen starten. De omvang van de kinderbijslag is een serieuze post in de begroting, het bedrag van 3,58 miljard euro is samengesteld uit twee bestanddelen. De effectieve uitgaven voor de gezinsbijslag worden voor 2016 geraamd op 3,46 miljard euro en de enveloppe voor de betalings- en beheerskosten bedraagt 119,5 miljoen euro.

Dit betekent dat per 100 euro kinderbijslag die uitgekeerd worden, 3,45 euro aan beheerskosten worden uitgegeven. De overdracht van dit systeem van federaal naar Vlaams niveau biedt ons mogelijkheden om te bekijken hoe we dit kunnen verlagen. Elke euro die niet naar het systeem gaat zal immers aan de kinderen zelf besteed kunnen worden.

De hoogte van de kinderbijslag zal ook bepaald dienen te worden. Doordat de middelen die met de zesde staatshervorming naar Vlaanderen overkomen beperkt zijn zal ook dit het debat niet gemakkelijk maken. Het eventueel koppelen van kinderbijslag aan andere voorwaarden zal sowieso iets zijn voor de lange termijn, want opnieuw door die zeer complexe zesde staatshervorming kan Vlaanderen de kinderbijslag niet fundamenteel/structureel wijzigen tot 2020.

Je kan mijn uiteenzetting ook als videofragment bekijken:

.

 

 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is