Een breder aanbod in de zorg krijg je pas wanneer er een gelijk speelveld is

Door Tine van der Vloet op 29 januari 2018, over deze onderwerpen: Welzijn
Tine van der Vloet commissie Welzijn

Het is belangrijk dat personen met een beperking een keuze kunnen maken. Hierbij zou het niet mogen uitmaken of ze nu een persoonlijk assistent aannemen, gezinszorg aanspreken of hun zorg bij eender welke andere aanbieder inkopen. Uit een vraag die ik minister Vandeurzen stelde blijkt dat van de 31,8 euro die gezinszorg kost, je eigenlijk maar 5 euro zelf dient te betalen, de rest wordt bijgepast via achtergrondfinanciering. Dit zorgt ervoor dat je, wanneer je kiest om je zorg op een andere manier in te kopen, je heel wat mogelijkheden verliest en dat kan toch niet de bedoeling zijn van een meer vraaggestuurd systeem dat persoonsvolgende financiering moet zijn.

Apart financieringssysteem zorgt voor scheeftrekking markt

Om een zo divers mogelijk aanbod mogelijk te maken, is het belangrijk dat aanbieders de kans krijgen om op een gelijke manier vergoed te worden. Dit is nu niet zo. Door voor gezinszorg een systeem van dubbele financiering op te zetten, wordt een pervers systeem van ongelijkheid gecreëerd. Ik denk immers dat een gelijk speelveld erg belangrijk is, en dat blijkt hier niet uit de huidige opzet. Enerzijds wordt er door de overheid aan de dienst die de gezinszorg aanbiedt, bovenop de eigen bijdrage van de cliënt, een heel stuk extra gesubsidieerd. Dit zorgt ervoor dat gezinszorg diensten kan aanbieden aan een lager dan marktconforme prijs, waardoor ze andere zorgaanbieders uit de markt prijzen.

Anderzijds wordt aan de mensen een budget gegeven volgens hun ingeschatte zorgzwaarte. Hierdoor zal iemand met eenzelfde handicap veel minder zorg kunnen inkopen wanneer hij dit niet via gezinszorg inkoopt. Wanneer je ervoor kiest om via een andere dienst dan gezinszorg je zorg in te kopen, krijg je immers geen extra subsidie bovenop je budget en betaal je de hele kost van de zorg zelf.

‘Volle pot betalen’

Minister Vandeurzen schermde ermee dat we het niet kunnen maken dat mensen met een beperking voor gezinszorg, net als voor kinderopvang en voor psychiatrische ziekenhuizen, ‘de volle pot’ moeten betalen. Ik had immers gezegd dat het mij beter leek dat het deel dat in de achtergrond naar gezinszorg gaat, verdeeld zou worden over de personen met een beperking die daar een beroep op doen. Zo kunnen zij de volle prijs betalen.

Wat ik dus bedoel is dat je als persoon geen 5 euro ter beschikking moet krijgen zoals nu het geval is. Je zou de volle 31,80 euro die een uur gezinszorg kost ter beschikking moeten krijgen. Ik denk dan ook dat je dan mag verwachten dat de mensen die 31,80 euro betalen wanneer zij ervoor kiezen om hun zorg op dergelijke manier in te kopen. Ze hebben dan echter ook een groter budget ter beschikking (aan dezelfde kostprijs voor de overheid) en hebben de mogelijkheid om deze zorg ook elders in te kopen en dat kan in het huidige systeem niet.

Evaluatie

De minister gaf wel meermaals aan dat hij mijn idee genegen was. Hij spreekt naar eigen zeggen ook nog met de sector van de gezinszorg over mogelijke alternatieven. Daarnaast zei hij dat de koppeling met zorgzwaarte en budgetcategorieën van het persoonsvolgend budget ook in de eerste helft van 2018 zal geëvalueerd zal worden door een technische werkgroep en dat het de bedoeling is om te bekijken of er eventueel bijsturingen nodig zijn. Ik hoop dat deze werkgroep zal meenemen dat ze aangeven dat zorg gelijkwaardig moet kunnen ingekocht worden bij een aanbieder naar keuze. Wil je mijn volledige vraag en het antwoord van de minister lezen of bekijken? Dat kan via deze link

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is